Braden is een bereidingstechniek waarbij een produkt (veelal vlees,
gevogelte, wild, maar ook wel aardappelen, vis en schaaldieren) een
juiste gaarheid en een krokante baklaag krijgt.
Er zijn twee manieren om een produkt te braden:
1. Braden in de oven:
Braden wordt toegepast bij malse produkten met weinig bindweefsel. De
braadtechniek wordt met name toegepast voor grotere stukken vlees, of
wild en heel gevogelte. In geval van vlees, wild en gevogelte wordt het
produkt eerst een korte tijd gebakken, dit doet men om het produkt snel
dicht te schroeien.
Vervolgens wordt het produkt in een voorverwarmde oven (tussen de 140
en 180 graden) verder gegaard. De temperatuur is afhankelijk van de
grootte van het produkt.
Tijdens het braadproces wordt het vlees regelmatig bedruipt met het
braadvocht, dit voorkomt uitdroging, dit wordt ook wel arroseren
genoemd.
2. Braden aan het spit:
Bij het braden aan het spit wordt gebruikt gemaakt van stralingswarmte,
dit kan zijn een open vuur of een warmte element. Braden aan het spit
wordt toegepast bij gevogelte, bij wit vlees zoals bijvoorbeeld
speenvarken en bij enkele stukken wild.
Bij braden aan hen spit wordt het produkt aan het spit dicht
geschroeid, dit gebeurd door het produkt dicht op de warmtebron te
plaatsen of om het warmte element op een hoge stand te plaatsen. Na het
dichtschroeien wordt de temperatuur verlaagd tot 150 a 250 graden en
/of wordt het produkt verder van het vuur of warmte element geplaatst.
Bij het braden aan het spit moet het braadvocht worden opgevangen, dit
wordt gebruikt om het produkt regelmatig te bedruipen (arroseren). |